Eerste mobieltje

Terug naar overzicht

Mobieltje
Mijn tweeling werd vorige week tien jaar. Een bijzondere verjaardag. En bij zo’n magisch getal horen blijkbaar ook magische cadeaus. Zo kregen de kids van de ene opa en oma hun luchtdoop; een heuse vliegles in een vierpersoonsvliegtuigje. Ze mochten zelfs even helemaal alleen de stuurknuppel vasthouden. En weer veilig geland kregen ze een echt Certificaat Eerste Vliegles. Van de andere opa en oma kregen ook een fantastisch cadeau: ieder kreeg een eigen mobiele telefoon. Een blitse smartphone, waarop alles mogelijk is.
Nu is iedereen meteen enthousiast als ik vertel over die geweldige vliegles. Over de prachtige mobiele telefoon is dat gek genoeg anders. ‘Die hebben ze toch helemaal nog niet nodig’, wordt gezegd. Hoezo moet een verjaardagscadeau echt nodig zijn?, vraag ik mij dan af. Zo’n rondvlucht is toch ook helemaal niet nodig, maar wel erg leuk. Je had die stalende gezichten moeten zien. Die geweldige verrassing vergeten die twee nooit van hun leven meer. En zo denk ik ook over de eerste mobiele telefoon die ze nota bene van opa en oma kregen.

‘Zo’n mobieltje hadden wij vroeger toch ook niet’, is de volgende opmerking die ik vaak krijg. Nee, maar het is nu 2014 en niet 1980. Mijn ouders hadden vroeger als kind ook geen tv thuis, maar míjn generatie wel. Toentertijd zei volgens mij ook niemand: ‘Goh, krijgen jullie een kleurentelevisie thuis, die hebben jullie toch helemaal niet nodig.’
Daarbij, wat had ik als tienjarige graag een mobiele telefoon gehad. Wat zou dat gemakkelijk zijn geweest. Bijvoorbeeld toen ik na mijn blokfluitles erachter kwam dat ik mijn fietssleutel verloren had. Ik kon twee kilometer naar huis lopen, sjouwend met een fiets die op slot is. Tegenwoordig zou ik met mijn mobieltje mijn ouders kunnen bellen om te vragen of ze even de reservesleutel komen brengen.

Niet alleen voor mijzelf, maar ook voor mijn ouders zou een mobiele telefoon een gemak zijn geweest. Zoals op skivakantie, toen ik samen met mijn grote broer in een ellelange stoeltjeslift stapte zonder dat mijn ouders dat wisten. Bestond toen de mobiele telefoon, was ik met één belletje opgespoord en was de ongerustheid verdwenen. Nu werd mijn euforie over het skiavontuur in het dal meteen de kop in gedrukt door twee hele boze gezichten. Ik kon direct mijn ski’s uitdoen en terug naar het pension gaan. Wat een verdriet…

Mijn zoon fietst tegenwoordig elke dag van Beegden naar zijn school in Horn. Stel hij verliest zijn fietssleutel, heeft een lekke band of er gebeurt iets veel ergers, dan is het voor mij toch super geruststellend dat hij mij direct kan bellen. Of zoals laatst, toen mijn dochter vergat door te geven, dat ze na school ergens bleef spelen. De ouders van alle meiden uit haar klas heb ik opgebeld om te vragen of ze daar was. Het halve dorp was in rep en roer. Een uur later kwam ze doodleuk aan wandelen, bleek ze bij een vriendinnetje uit een groep lager te zijn geweest. Nu zijn dit soort kwesties met één telefoontje naar haar mobieltje opgelost. Dankjewel opa en oma, moeders hart is een stuk geruster!
Daarbij heeft het gemak van een mobieltje zich nu al bewezen. Jullie zullen het niet geloven, maar tijdens zijn eerste fietstochtje mét zijn smartphone op zak, kreeg mijn zoon in Heel een lekke band. Zijn mobieltje was nog geen dag oud, daar hing hij al aan de telefoon. “Of pap hem even kon oppikken met de auto?” Nu kun je als ouder natuurlijk zeggen: “Loop maar terug naar Beegden, daar word je hard van.” Maar ja, waarom een kind zo sarren? De maatschappij is tegenwoordig al hard genoeg, vind ik. En daar zijn ouders toch ook een beetje voor; een thuisbasis om op terug te vallen.
Toen vervolgens mijn zoon trots zijn eerste ‘selfies’, ‘saampies’ en filmpjes showde, kon ik precies zien waar hij met zijn vriendjes was geweest; ijsjes eten bij Lenny’s en dollen in park Piahoeve. Handig, zo weet je als ouder precies waar je kind heeft uitgehangen.

Nu moet ik alleen nog even goede afspraken maken met de kids. Dus niet met de telefoon klooien op de fiets, want dat is levensgevaarlijk. Ik zie dagelijks scholieren met een mobieltje in de hand langs mijn huis fietsen, oftewel zwabberend zonder te kijken de bocht om komen. Ik wil ook geen telefoontjes in de slaapkamers als er geslapen moet worden. En apps worden gedownload via míjn google-account, zodat ik kan controleren wat er op het ding wordt gedaan. Enzovoort, enzovoort. Worden de regels overtreden, wordt de telefoon ingeleverd. Zo zou het moeten lukken, toch? Want die stralende gezichten toen ze hun eigen mobieltje kregen, zal ik nooit meer vergeten. En opa en oma ook niet.

Gabi